Krimpbericht

Op de website van Neimed is met ingang van februari 2014 maandelijks (met uitzondering van de zomermaanden) een Krimpbericht verschenen. Neimed is het Limburgse kennisknooppunt voor demografisch omdenken. Het Krimpbericht is een korte digitale publicatie over een aspect van de bevolkingsontwikkeling in Limburg of een onderwerp dat te maken heeft met de bevolkingsontwikkeling in Limburg. De Krimpberichten worden geschreven door Wim Derks van KcBB. In maart 2016 is het laatste Krimpbericht verschenen.

Maart 2016 De opkomst van structurele bevolkingsdaling

In 1996 werd in Limburg, maar ook landelijk voor het eerst uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor het verschijnsel van structurele bevolkingsdaling. Dat was voor bestuurders te vroeg. Sindsdien was de bevolkingsontwikkeling zodanig dat structurele bevolkingsdaling een steeds algemener verschijnsel werd. In 2006 kwam als gevolg van een publicatie de doorbraak van de aandacht voor het verschijnsel. Structurele bevolkingsdaling was geen toekomst meer, zoals in 1996, maar inmiddels realiteit in diverse regio’s.

Nu, in 2016, is inmiddels in alle Limburgse regio’s de natuurlijke aanwas (saldo van geboorte en sterfte) kleiner geworden dan nul en (structureel) ook in alle 33 gemeenten. Dit is de basis van structurele bevolkingsdaling. Migratie kan het begin van structurele bevolkingsdaling versnellen of vertragen.

In alle regio’s in Limburg is er nu structurele bevolkingsdaling behalve in Weert e.o.. Ook in alle gemeenten is er nu structurele bevolkingsdaling behalve in Maastricht, Roermond, Weert en Venray.

Structurele bevolkingsdaling is inmiddels dus een zeer algemeen verschijnsel in Limburg, dus niet alleen in Zuid-Limburg.

Naar dit Krimpbericht

Februari 2016 Is bevolkingskrimp negatief voor welvaart en werkloosheid?

Nee: in regio’s met bevolkingsdaling ontwikkelen inkomen, economie en werkloosheid zich over het algemeen relatief gunstiger dan landelijkNaar dit krimpbericht

December 2015: Structurele daling van aantal huishoudens begint nu

Op regionaal niveau is in Limburg structurele daling van het aantal inwoners begonnen in 1997 in Parkstad Limburg en daarmee in Zuid-Limburg als geheel. Structurele daling van het aantal particuliere huishoudens begint nu pas op. Een van de oorzaken van deze vertraging is het langer zelfstandig blijven wonen van ouderen. Naar dit Krimpbericht

November 2015: Structurele bevolkingsdaling nu ook in Midden- en Noord-Limburg

In alle Limburgse gemeenten worden inmiddels minder kinderen geboren dan er mensen sterven. De natuurlijke aanwas is kleiner dan nul geworden. Op regionaal niveau is dat punt als laatste bereikt in Noord-Limburg en wel in 2015. Het migratiesaldo kan het begin van structurele bevolkingsdaling vervroegen of vertragen. In Midden-Limburg is de top van het aantal inwoners gepasseerd in 2013 en in Noord-Limburg mogelijk in 2015. Voor Noord-Limburg is dat precies overeenkomstig de bevolkingsprognose van Etil uit 1996. In de deelregio’s in Zuid-Limburg is structurele bevolkingsdaling eerder begonnen dan in 1996 voorspeld, in Midden-Limburg later dan toen voorspeld. Naar dit Krimpbericht

September 2015: In Limburg wonen relatief veel Westerse allochtonen en weinig Niet-westerse allochtonen

Evenals landelijk is in Limburg ongeveer een vijfde deel van de bevolking allochtoon, maar hier wonen veel meer Westerse allochtonen en veel minder Niet-westerse allochtonen. Het percentage Duitsers is in Limburg en in de drie deelregio’s in de afgelopen tien jaar duidelijk gedaald. Bij de Polen was een aanzienlijke stijging, met name in Noord-Limburg. In de afgelopen tien jaar is het percentage allochtonen in Maastricht opvallend snel gestegen, zowel het percentage Westerse allochtonen als Niet-westerse allochtonen. Van de Limburgse gemeenten heeft Vaals veruit het hoogste percentage allochtonen: ongeveer de helft van de bevolking is allochtoon. In Vaals wonen niet alleen relatief veel Duitsers en Belgen maar ook relatief veel Polen en JoegoslaviërsNaar dit Krimpbericht

Juni 2015: Buitenlandse migratie vertraagt bevolkingskrimp

Het aantal inwoners daalt in de meeste Limburgse gemeenten, omdat er weinig kinderen geboren worden. De daling wordt versterkt doordat er per saldo mensen naar elders in Nederland vertrekken. Een inkomend migratiesaldo vanuit het buitenland vertraagt daarentegen de bevolkingskrimp. Dat was zeven jaar geleden anders. Toen was er een uitgaand migratiesaldo naar het buitenland, die de bevolkingskrimp versterkte. Met name in Vaals en Maastricht is de verandering in het buitenlands migratiesaldo groot tussen nu en zeven jaar geleden: toen een relatief groot uitgaand saldo, nu een relatief groot inkomend saldo. In Vaals zal met name woonmigratie van belang zijn en in Maastricht de groei van het aantal buitenlandse studenten. Naar dit Krimpbericht

April 2015: Minder geboorten in het verleden, minder jongeren voor de toekomst

In de afgelopen vijftien jaar is landelijk het aantal geboorten gedaald met ongeveer 15%. Bij de Limburgse gemeenten lag de ontwikkeling tussen -10% in Venlo en -40% in Mook en Middelaar. Door de sterke daling van het aantal geboorten in de afgelopen jaren zien we nu het aantal jongeren sterk dalen. Bij de Limburgse gemeenten ligt de ontwikkeling van het aantal 5-14 jarigen in de komende vijf jaar over het algemeen tussen -5% en -20%. Uitzonderingen zijn Roermond en Kerkrade met (vrijwel) geen daling en Mook en Middelaar met een zeer sterke daling (-30%). Deze ontwikkelingen zijn van groot belang voor diverse terreinen zoals nu voor de schoolbevolking en later voor de instroom op de arbeidsmarkt en woningmarkt. Naar dit Krimpbericht

Maart 2015: Bevolkingsontwikkeling in 2014: krimp en groei in Limburg

Landelijk is de groei van het aantal inwoners in 2014 wat toegenomen. Een gelijksoortige ontwikkeling, maar dan in de vorm van een vermindering van de daling is opgetreden in Sittard-Geleen en daarmee in de Westelijke Mijnstreek als geheel. Als gevolg van de toegenomen groei in Weert is in Midden-Limburg de daling weer overgegaan in een stijging. Een tegenovergestelde ontwikkeling, een groei die overgegaan is in een daling kan waargenomen worden in Maastricht en daarmee in de regio Maastricht en Mergelland. In Parkstad Limburg (sterke daling) en Noord-Limburg (minimale groei) was de bevolkingsontwikkeling in 2014 ongeveer hetzelfde als in 2013.Naar dit Krimpbericht

Februari 2015: Verschillen tussen Limburgse gemeenten bij aandeel hoogbejaarden veel groter dan de onderlinge verschillen bij jonge kinderen.

Wanneer de Limburgse gemeenten met elkaar vergeleken wordt dan blijkt dat er in Valkenburg aan de Geul relatief zeer veel hoogbejaarden wonen (1,12% van het totaal aantal inwoners is ouder dan 90 jaar). In Venray daarentegen is dat percentage het laagste van de Limburgse gemeenten (0,44%).

De verschillen tussen Limburgse gemeenten in het percentage jonge kinderen zijn relatief veel kleiner dan de verschillen bij de hoogbejaarden. In Mook en Middelaar is 3,31% van de inwoners jonger dan 5 jaar, in Roermond 5,10%. De basisoorzaak van structurele bevolkingsdaling is het geringe aantal kinderen dat geboren wordt. In de afgelopen tien jaar is het aantal geboorten in Limburg het sterkst gedaald in Mook en Middelaar (daling van ongeveer 60%). Naar dit Krimpbericht

December 2014: Verschillend patroon in bevolkingsontwikkeling in 2014 in Limburgse regio’s

In Nederland nam de bevolkingsgroei in 2014 toe. In Limburg was een tegengestelde ontwikkeling: de daling nam wat toe. In Midden-Limburg is de daling van 2013 omgeslagen naar een stijging in 2014. In Maastricht en Mergelland was een omgekeerde beweging: de groei ging over in een daling. De schommelingen in de bevolkingsontwikkeling worden vooral door het buitenlands migratiesaldo veroorzaakt. Naar dit Krimpbericht

November 2014: Welvaart blijft niet achter in krimpregio Zuid-Limburg

In regio’s met bevolkingsdaling blijft de economische groei over het algemeen achter bij de landelijke ontwikkeling, maar dat geldt doorgaans niet voor de economische groei per inwoner. De ontwikkeling van de welvaart (gemeten als bruto regionaal product per inwoner) was in Zuid-Limburg sinds het begin van de structurele bevolkingsdaling zelfs wat gunstiger dan landelijk. Structurele bevolkingsdaling hoeft dus geen negatieve invloed te hebben op de ontwikkeling van de welvaart in een regio. Naar dit Krimpbericht

Oktober 2014: Bevolkingsontwikkeling stad-platteland Limburg

Bevolkingsdaling treedt niet alleen op op het platteland, maar ook in stedelijke gebieden. In Limburg krimpen bijna alle steden, dit in tegenstelling tot elders in Nederland waar stedelijke krimp minder dominant aanwezig is.

Zeker in het dichtbevolkte Zuid-Limburg zijn de afstanden tot de voorzieningen in de steden over het algemeen niet groot. Daarom is de trek naar de stad minder aanwezig. Wonen buiten de stedelijke gemeenten blijft aantrekkelijk, ook bij bevolkingsdaling. Leegloop van het platteland is in (Zuid-)Limburg niet aan de orde. Naar dit krimpbericht

September 2014: Aantal huishoudens daalt nog niet in Zuid-Limburg

Het aantal inwoners van Limburg daalt al sinds 2002, maar het aantal huishoudens nog niet, zelfs niet in Zuid-Limburg. Dat komt omdat het aantal personen per huishouden daalt, alleen al door de vergrijzing. Ouderen leven in kleinere huishoudens (alleen of met tweeën) dan jongeren. Het aantal meerpersoonshuishoudens daalt al wel in (Zuid-)Limburg. Naar dit Krimpbericht

Mei 2014: Potentiële beroepsbevolking Limburg

Voor de ontwikkeling van het aanbod van arbeidskrachten is de potentiële beroepsbevolking van belang. Deze leeftijdsgroep daalt in Limburg al sinds 1995. Ook als rekening gehouden wordt met de stijging van de AOW-leeftijd, blijft de potentiële beroepsbevolking in Limburg en de deelgebieden Noord, Midden en Zuid dalen. Vanwege de stijging van de arbeidsparticipatie stijgt de feitelijke beroepsbevolking in Limburg echter nog steeds. Als gevolg van de beperkte groei van het aanbod van arbeidskrachten zal de werkloosheidsontwikkeling in Limburg mogelijk gunstiger worden dan landelijk. Naar dit Krimpbericht

April 2014: Leeftijdsopbouw Limburg

De leeftijdsopbouw van de bevolking van Limburg laat duidelijk de na-oorlogse geboortegolf zien. Binnen de leeftijdsopbouw van Limburg zijn de 0- tot 45-jarigen minder vertegenwoordigd dan landelijk. In Zuid-Limburg zijn echter de 21-23-jarigen sterk vertegenwoordigd als gevolg van het aantal studenten in Maastricht. Als de omvang van een leeftijdsjaar vergeleken wordt met de omvang van de oorspronkelijke geboortegeneratie wordt de invloed van migratie zichtbaar. (Op hogere leeftijd wordt de invloed van sterfte groter dan van migratie.) In Noord- en Midden-Limburg trekken jongeren weliswaar weg om elders te gaan studeren, maar er komen zoveel jonge gezinnen terug dat boven de 40 jaar de omvang van de leeftijdsjaren weer groter is dan de omvang van de oorspronkelijke geboortegeneratie. Naar dit Krimpbericht

Maart 2014: Ontgroening in Limburg

Het aantal kinderen dat geboren wordt is de afgelopen 50 jaar aanzienlijk gedaald, in Limburg in veel sterkere mate dan landelijk. Dat komt omdat in deze provincie zowel het gemiddeld aantal kinderen per vrouw lager is als het relatieve aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Dat het gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Limburg lager is dan landelijk, wordt veroorzaakt door de situatie in Zuid-Limburg. De daling van het aantal jongeren, de ontgroening, gaat in deze provincie sneller, maar de verschillen tussen gemeenten zijn groot. Naar dit Krimpbericht

Februari 2014: Structurele bevolkingsdaling

Limburg is de eerste provincie met structurele bevolkingsdaling (2002). Binnen Limburg is in 1996 structurele bevolkingsdaling in Parkstad Limburg begonnen. Alleen in Weert e.o. en Noord-Limburg is het nog niet zover. Van de 33 gemeenten zijn er al 29 de top van het aantal inwoners gepasseerd. Structurele bevolkingsdaling is dus bijna algemeen in Limburg. Naar dit Krimpbericht

10 jaar

NIEUWE PUBLICATIE

10 jaar bevolkingsdaling op de agenda

Krimpdenken gegroeid, groeidenken niet gekrompen