Rond Regionale Bevolkingsontwikkeling

In het kader van de samenwerking met Advies- en ingenieursorganisatie ARCADIS in KcBB in mei 2014 begonnen met een nieuwe driemaandelijkse periodiek. Deze periodiek gaat over aspecten van de regionale bevolkingsontwikkeling in Nederland en over onderwerpen die samenhangen met de bevolkingsontwikkeling.

Februari 2015: Daling potentiële beroepsbevolking zet regionaal door ondanks verhoging AOW-leeftijd

Toen de voorhoede van de naoorlogse geboortegolf in 2011 de leeftijd van 65 jaar bereikte begon landelijk een structurele daling van de bevolking van 20-64 jaar, de zogenaamde potentiële beroepsbevolking. Regionaal was de daling van die leeftijdsgroep al meer dan tien jaar geleden begonnen, met name in Zuid-Limburg en Noordoost-Groningen.

Door de verhoging van de AOW-leeftijd met ingang van 2014 kan potentiële beroepsbevolking ruimer gedefinieerd worden: 20-AOW-leeftijd. Bij deze definitie gaat landelijk de daling weer over in groei, maar regionaal gaat de daling door. Zie RBB februari 2015

November 2014: Daling aantal huishoudens komt nog nauwelijks voor
Hoewel op regionaal niveau structurele bevolkingsdaling al in 1997 is begonnen, is er op regionaal niveau nog geen structurele daling van het aantal particuliere huishoudens en daarmee samenhangende aantal benodigde woningen. Dit verschijnsel gaat de komende jaren ongetwijfeld wel optreden. In die regios moet Dalingalle nadruk komen te liggen op de kwaliteit van de woningvoorraad en beperking van de kwantiteit. In regios waar het aantal huishoudens nog aanzienlijk groeit, is in de afgelopen jaren als gevolg van de economische groei het woningtekort waarschijnlijk opgelopen. Daar zal de woningvoorraad in de komende jaren juist extra moeten groeien. Zie RBB november 2014
 
Augustus 2014: Regionale vergrijzing biedt voordelen: een analyse
Nationale versus regionale gevolgen vergrijzing
Vergrijzing is regionaal een bron van welvaart. Bestedingen aan diensten en goederen door en voor ouderen vormt een stabiele basis van de regionale economie.
De nationale gevolgen van vergrijzing worden over het algemeen als negatief gezien. Uit een recente publicatie van het CPB blijkt echter dat de kosten van vergrijzing wel meevallen als gevolg van het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren. Met name de verhoging van de AOW-leeftijd en de hervormingen in de zorg hebben financieel een positief effect.
Met vergrijzing wordt bedoeld de toename van het aandeel van ouderen in de totale bevolking. De mate van vergrijzing en het tempo van vergrijzing verschillen sterk tussen de regio’s. In Flevoland is nu 11,5% van de bevolking 65 jaar of ouder, in Zeeuws-Vlaanderen is dat 23,2%. Zie RBB augustus 2014
 
Mei 2014: Ontgroening ontrafeld
Ontgroening is de demografische ontwikkeling die als resultante heeft dat het aantal jongeren afneemt. Het beeld dat dit fenomeen oproept is dat jongeren wegtrekken naar elders (emigratie). Met name in perifere gebieden wordt dit beeld geduid als het vertrekken van jongeren naar de Randstad en het liefst daaraan toevoegend ’… en ze komen nooit meer terug’. Dat beeld strookt echter niet met de werkelijkheid. De echte oorzaak van ontgroening is niet de migratie, maar het gegeven dat het aantal kinderen dat jaarlijks geboren wordt te klein is om de bevolking op peil te houden. Als dit een structureel karakter heeft, dan heeft dat niet alleen nu consequenties, maar het werkt ook op de langere termijn nog eens door. Weinig geboorten nu leidt namelijk een generatie later tot minder vrouwen in de vruchtbare leeftijd, waardoor het aantal geboorten verder daalt.
Natuurlijk heeft migratie ook effect, maar niet meer dan een versnelling of vertraging van dit proces.
Reden genoeg om het fenomeen ’ontgroening’ eens nader te bekijken en regionale verschillen in beeld te brengen.
De actuele cijfers op een rijtje
Om het aantal inwoners op peil te houden moet gemiddeld genomen elke vrouw minstens 2 kinderen op de wereld zetten, want die moeten haarzelf en een man vervangen. Het gemiddeld aantal kinderen per vrouw is in Nederland nu ongeveer 1,75. Regionaal zijn er aanzienlijke verschillen. Deze variëren van 1,47 in Zuid-Limburg tot 2,09 in Zuidwest-Friesland. Zuid-Limburg wijkt daarmee met -16% af van het Nederlands gemiddelde en Zuidwest Friesland met + 19%.
Zoals hierboven al gezegd hangt het aantal geboorten niet alleen of van het gemiddelde aantal kinderen per vrouw, maar ook van de omvang van de groep ’vrouwen in de vruchtbare leeftijd’. Die omvang laat ook regionale verschillen zien.
Door de combinatie van deze twee factoren (kinderen per vrouw en aantal vrouwen in vruchtbare leeftijd) verschilt het aantal geboorten in procenten van de bevolking sterk tussen de regio’s. Ten opzicht van het landelijk gemiddelde wijkt Zuid-Limburg -29% af en Flevoland +22%.
Als het aantal geboorten structureel daalt, dan neemt ook het aantal jongeren af. Dat zien we dan ook in de meeste regio’s. De sterkste daling in de afgelopen tien jaar (-17%) vinden we terug in Zuid-Limburg. Er zijn echter ook regio’s waar het aantal jongeren over dezelfde periode is gestegen, met name in de Agglomeratie ’s-Gravenhage; deze regio is koploper met +5%.
De regionale verschillen in ontgroening zijn behoorlijk groot. Voor nadere informatie over de ontwikkelingen in het verleden met een vooruitblik naar de toekomst: zie RBB mei 2014

10 jaar

NIEUWE PUBLICATIE

10 jaar bevolkingsdaling op de agenda

Krimpdenken gegroeid, groeidenken niet gekrompen